fbpx

Het geld is op door de dure maand december, je salaris is nog niet binnen, de goede voornemens voor het nieuwe jaar zijn (weer) niet gehaald en de eerstvolgende vakantie is nog heel ver weg. De dagen zijn nog steeds donker en koud en je hebt nog een hele werkweek te gaan. Kortom, het is vandaag ‘Blue Monday’: de meest deprimerende dag van het jaar.

Ik heb er zelf eerlijk gezegd geen last van vandaag. Ik zit goed in m’n vel, de vakantie voor de zomer is geboekt (Zweden!) en met mijn voornemens gaat het ook goed. (Vanmorgen al naar de sportschool geweest!)

Hoe ervaren jullie vandaag?

Hoe gaat het met jullie goede voornemens?

Ik heb laatst een interessante webinar gevolgd over de ‘Make It Stick Habit School’ van Sarah Von Bargen van Yes & Yes. Hierin besprak zij 5 punten met betrekking tot het ontwikkelen van nieuwe gewoontes. Ik heb ze in deze blog voor je op een rijtje gezet.

1. Gewoontes en doelen zijn niet hetzelfde.

Doelen hebben een eindpunt. Als je je doel hebt bereikt, ben je klaar. Een gewoonte is iets wat je elke dag doet. Gewoontes helpen je richting je doel en met je gewoontes blijf je ook in de ‘goal zone’. Stel dat je doel is om 10 kg af te vallen, je ontwikkelt de gewoonte om elke dag te sporten. Als je 10 kg kwijt bent, dan stop je niet met sporten want je hebt de gewoonte ontwikkeld om elke dag te sporten en zo behoud je een gezonde levensstijl.
Ander voorbeeld. Je doel is om je hele huis op te ruimen. Dat lukt, maar om het zo te kunnen houden heb je een aantal gewoontes moeten ontwikkelen. Bijv. spullen meteen opbergen na gebruik.

2. Als je iets 21 dagen lang elke dag doet, wil dat niet zeggen dat het dan een gewoonte is.

Je hoort vaak dat je een gewoonte hebt ontwikkelt als je iets 21 dagen lang elke dag hebt gedaan. Om Sarah te quoten: ‘Bullshit’. Dus voel je vooral niet slecht als iets je na 3 weken nog steeds niet op de automatische piloot lukt. Gemiddeld duurt het 66 dagen om een gewoonte te ontwikkelen, maar het kan variëren van 16 tot 254 dagen!
Iedere gewoonte, situatie en persoon is anders. Elke dag flossen zit sneller in je systeem dan elke dag sporten. En je kunt je voorstellen dat het ook moeilijker is als je een druk gezin hebt, dan wanneer je alleen bent.

3. Vertel mensen wat je aan het doen bent.

Want als mensen weten wat je aan het doen bent, dan worden zij jouw onofficiële ‘accountability partners’. Er is niet echt een goed Nederlands woord voor, maar in feite leg je zo verantwoording af aan degene aan wie je het vertelt. Ook creëer je hiermee een positieve identiteit voor jezelf als bijvoorbeeld iemand die sport en gezond leeft. En die positieve identiteit wil je natuurlijk houden. Het hardop uitspreken van je gewoonte en je doel maakt het ook echter voor jezelf en je neemt het serieuzer.

Dus de volgende keer dat iemand vraagt hoe het met je gaat, zeg je:
‘Goed. Ik ben bezig met het opruimen van mijn hele huis. Ik doe mee aan een opruimchallenge en ik heb al heel veel spullen een nieuwe bestemming kunnen geven. Het voelt heerlijk om in een opgeruimd huis thuis te komen en ik kan de boel ook veel makkelijker schoonmaken nu ik overal weer bij kan.’

 

4. Stop met praten over je gewoontes alsof jíj er geen controle over hebt.

Met andere woorden: neem je verantwoordelijkheid. Time to adult. Niet: ik mag geen chips eten. Wel: ik eet geen chips. Jij hebt de leiding over je gedrag en je leven. Het is niet iemand anders die bij de Action nieuwe (onnodige) kussens koopt voor je bank terwijl je alleen maar naar binnen ging voor keukenpapier. Het is niet iemand anders die jouw jas over de bank heen gooit i.p.v. aan de kapstok hangt.

5. Bescherm je gewoontes.

Wees je bewust van de momenten wanneer je gewoontes ‘in gevaar’ zijn. Met name tijdens veranderingen, in nieuwe situaties, lopen we het risico om een gewoonte niet uit te voeren. Een gewoonte houden is makkelijker als je in je normale routine zit en moeilijker als je bijvoorbeeld op een nieuwe plek bent, moe bent of honger hebt.

Het advies van Sarah is om te zorgen voor wat zij noemt een ‘bookmark version’ van je gewoonte, zodat je op de juiste plek blijft in je ‘gewoonte-boek’. Ze bedoelt dat je moet zorgen voor een ‘light’- versie van je nieuwe gewoonte, zodat je je momentum houdt en de gewoonte van de gewoonte. Volg je het nog?

Stel dat je nieuwe gewoonte is om elke dag te hardlopen maar het is bloedheet buiten. De light-versie is dan dat je gaat wandelen i.p.v. te hardlopen.
Of stel dat je nieuwe gewoonte is om thuis elke dag je bed op te maken, maar je bent op reis voor je werk. Dan is de light-versie dat je in je hotel je bed opmaakt.

Heel belangrijk bij het bedenken van een ‘bookmark’ of ‘light’ versie van je gewoonte, is dat je er proactief over nadenkt. Dus niet pas als het zover is iets verzinnen, maar nu al bedenken wat je kunt doen wanneer je in een situatie zit waarbij je niet de volledige versie van je nieuwe gewoonte kunt doen.

Dat waren de 5 punten van Sarah Von Bargen. Ik hoop dat jullie er iets aan hebben, laat het me weten in de comments!

Interessant? Deel het via social media!

Pin It on Pinterest

Share This